Deze website maakt gebruik van cookies. Voor meer informatie over de cookies waarvan deze website gebruik maakt klik hier.
Door verder op deze website te surfen geeft u de toestemming aan Minoc Data Services om cookies te gebruiken. verder gaan Created with Sketch.

De school van de toekomst: iedere leerling een VR-bril?

Het debat van digitalisering in het onderwijs is er een van lange adem. Waar de ene reeds jarenlang predikt dat technologie het wondermiddel is dat het onderwijs voor altijd gaat veranderen, claimt de andere dat het de teloorgang van onze scholen wordt. Tijd om de hulp in te roepen van een man met ervaring en poolshoogte te nemen van de huidige stand van zaken.

 
imec

Ik sprak met Bert Dekeyzer van ‘School van de Toekomst VZW’, een vrijwilligersorganisatie die scholen gratis adviseert bij het innoveren van het onderwijs. Samen met een honderdtal vrijwilligers polst Bert naar de noden bij scholen en werkt hij vervolgens samen met partners concrete plannen uit. Bert had niets te verkopen, behalve dan zijn eigen visie over technologie in het onderwijs, die gestaafd werd door zijn ervaring.

Voor de lezer die het onderwijs wat ontgroeid is, hoe zou je de toestand van het hedendaagse onderwijs schetsen?

“Behoorlijk zorgwekkend. Wat ik vaststel is dat het niveau van het onderwijs toch wel achteruit gaat. PISA-studies hebben uitgewezen dat ons topniveau inzake wiskunde serieus gedaald is. In 2003 behoorde 1 op 3 van de leerlingen tot de Europese top terwijl dat nu nog maar 1 op 5 is. Dat is toch wel een sterke achteruitgang. Ook in het lager onderwijs halen we een aantal doelstellingen niet meer. Wat mij het meest verontrust is een sterke vermindering van gedrevenheid bij leerlingen. Onze maatschappij heeft nood aan mensen met passie.”

Kan technologie helpen om dat niveau terug op te krikken?

“Ja en nee. Technologie is een oplossing, maar het is niet de hoofdoplossing. Je moet daarnaast ook rekening houden met de knelpunten van technologie. Ik pleit zeker voor meer technologie in het verhaal, maar je moet ook de negatieve kenmerken van technologie in acht nemen.”

imec

Centrale schermen zullen groepswerken efficiënter laten verlopen. Copyright: imec.

Over welke knelpunten hebben we het precies?

“Scholen moeten vaak heel lang sparen alvorens ze kunnen verbouwen of kunnen innoveren. Dat is iets wat je in de bedrijfswereld veel minder ziet. Onderwijs heeft beduidend minder financiële speelruimte. Indien iedere leerling een eigen laptop nodig heeft, is het grootste knelpunt de financiering.  Niet iedere ouder staat financieel even sterk. Bovendien is er de veroudering van de systemen, na enkele jaren is een laptop nog maar weinig waard. Ondertussen zijn er voor het onderhoud wel verschillende mogelijkheden en ook inzake software worden er bijvoorbeeld door Microsoft Education mooie kortingen aangeboden. In veel gevallen verzekert de leasingovereenkomst ook de schade aan de laptop. Er zijn weinig scholen die technologische innovatie structureel opnemen in hun werking. De schaalvergroting binnen het onderwijs kan hier een opportuniteit zijn om iemand de bevoegdheid innovatie/vernieuwing toe te kennen.“

“Ik pleit voor meer technologie, maar je moet ook de negatieve kenmerken van technologie in acht nemen”.

Welke technologieën zijn er op dit moment reeds goed ingeburgerd?

“Ik denk bijvoorbeeld aan Schoolnet, een oplossing van Telenet waarmee ze een bedrijfswaardig achterliggend internet aanbieden aan scholen, inclusief back-upoplossingen en assistentie. In feite zijn ze vertrokken van de bedrijfsnetwerken die ze aanbieden aan grote bedrijven en hebben ze die aangepast aan de wensen en het budget van scholen. Dat is een megasucces. Los daarvan heeft Telenet ook nog wat andere zaken lopende. Ik denk aan Martine Tempels, topvrouw bij Telenet, die CoderDojo heeft opgericht, een gratis initiatief dat digitale skills promoot bij jongeren. Iedere jongere moet de kans krijgen om zich digitaal te ontwikkelen. Vandaag de dag kan je ervan uitgaan dat er in iedere klas een beamer hangt. In de toekomst zie ik ook wel laptops voor iedere leerling. Dat is al langer aanwezig in het hoger onderwijs maar is nu ook wel echt in het secundair onderwijs aan het doorbreken.”

Bert Dekeyzer

Bert Dekeyzer, School van de Toekomst. Copyright: School van de Toekomst.

Wat zie je in de nabije toekomst doorbreken?

“Barco heeft ClickShare presentatiesystemen waarmee leerlingen rond een tafel zitten met hun laptop en iedere student met 1 druk op de knop iets kan tonen op een centraal scherm. Je werkt dus samen aan een groepswerk en iedereen kan meteen zijn voorstel tonen. Dat is een manier die zorgt voor interactie en is bovendien een betaalbare oplossing waar je geen klaslokaal voor moet ombouwen. Vergis je echter niet, je moet een geïntegreerd systeem uitbouwen. Niet enkel technologie, maar ook inzake klasinrichting/meubilair moet het kloppen. De onderwijsvernieuwer Dox heeft in dat opzicht een uitstekende expertise uitgebouwd inzake integratie van verschillende systemen. Een van de opstellingen in School van de Toekomst bestaat uit een interactie van Epson-beamers met DOX-meubilair en Barco-technologie. Verder merken we met het verhaal van Minecraft bijvoorbeeld dat er heel wat potentie in gaming zit. Dat is dus zeker een van de mogelijkheden. Beleven doet leren.“

Hoe zorgen deze technologieën voor beter onderwijs?

“Beter onderwijs zal vooral rond samenwerken gaan en boeken deels vervangen. Ook de diversificatie is heel belangrijk. Je hebt sterke en zwakke leerlingen die effectief via software verder geholpen kunnen worden, anders is het voor een leerkracht heel moeilijk om alles op te volgen. Verder kan je ook leuke dingen doen zoals een quiz organiseren of een stuk leerstof geven en daarna toetsen via een vijftal vragen. Wanneer je als leerkracht ziet dat de helft van de klas verkeerd heeft geantwoord op een vraag, dan weet je dat je dat leerstofonderdeel moet bijsturen. Digitaal gaat dat allemaal heel snel en automatisch, bij manuele toetsen gaat dat te traag. Het is vooral de verhoogde interactie die het grootste voordeel biedt. Bovendien bepaal je als leerkracht meer zelf welke lesstof je wil geven, je bent minder afhankelijk van de structuur van een boek.”

Zijn er technologieën die volgens jou al over hun piek heen zijn?

“De smartboards zonder specifieke onderwijssoftware hebben volgens mij een beperkte meerwaarde. In het lager onderwijs kan het gebruikt worden als interactieve leermethode door leerlingen iets aan het bord te laten invullen, maar in het secundair onderwijs zie ik dat niet meteen doorgroeien. Zeker in het hoger onderwijs waar je met veel leerlingen in een klas zit zie ik er ook geen toekomst voor. Dan zie ik de interactieve beamers van Epson als de betere en goedkopere oplossing.”

Dox

De school van de toekomst is meer dan technologie, het gaat ook om slimme klasinrichting. Copyright: Dox.

Gaat sociale media een rol spelen, zoals bijvoorbeeld Facebookgroepen voor de klas waar ook de leerkrachten actief in zijn?

“Ik denk dat het een goede zaak is om als leerkracht Facebook – wat vooral een privéverhaal is – af te schermen van je leerlingen. Maar goed, je merkt ook wel dat Facebook bij jongeren aan het veranderen is. Ze hebben er mindere interesse in, het gaat te traag voor hen. Dan zie ik Smartschool als een veel belangrijker communicatiekanaal tussen leerlingen en leerkrachten. Dat heeft de laatste tijd een serieuze opmars gekend en als ouder is het natuurlijk ook handig om meteen resultaten en meldingen over de aanwezigheid van je kind te ontvangen op je smartphone.”

Zal technologie volgens jou ooit het traditionele onderwijs vervangen?

“Het is geen volledige vervanging. Soms zeggen mensen me dat boeken verleden tijd zijn en alles via tablets zal verlopen. Zoiets is zinloos. Tablets of computers in de klas zijn vanzelfsprekend, maar er zullen altijd boeken en leerkrachten nodig zijn. Tegenwoordig gaan steeds meer leerkrachten akkoord met laptops op de schoolbanken, maar dan met een cursus ernaast. De verschillende leermiddelen versterken elkaar. Ik zie dat ook bij leerkrachten, zij willen meerdere zaken gebruiken (video, boeken, tablets …). Je kan de leerlingen nooit alles volledig zelfstandig laten doen. Het werkt wel voor een aantal vakken per week, maar niet allemaal. Je moet het verschil kunnen maken tussen een leerkracht als coach en een leerkracht als lesgever. Als je dan effectief kijkt naar de overdracht van kennis, is de leerkracht als lesgever veel beter dan de leerkracht als coach. Je kan een paar keer coachen in plaats van lesgeven, maar je kan dat niet blijven doen. Dat werkt niet.”

coderdojo

Iedere jongere moet de kans krijgen om zich digitaal te ontwikkelen. Copyright: CoderDojo

De leerkrachten zullen zich dus moeten aanpassen. Wellicht zal al die technologie ervoor zorgen dat er meer werklast komt kijken voor de leerkrachten? Platformen administratief invullen, presentaties voorbereiden, feedback geven op opdrachten, vragen beantwoorden …

“De maatschappij heeft nogal veel kritiek op de leerkrachten en hun vakantie, maar dit toont nogmaals aan dat ze veel uren presteren buiten het lesgeven (voorbereiding, communicatie, klassenraden). Maar er komt inderdaad een en ander bij, dat klopt. Er vallen ook wel enkele taken weg. Er zijn verschillende platforms waar leerinhouden worden uitgewisseld en uitgeverijen zorgen soms voor uitgewerkte presentaties inclusief lesplandoelstellingen. Als leerkracht hoef je ook niet per se te reageren op berichten ’s avonds laat of in het weekend. Er hangen niet meteen echte regels aan vast, maar er wordt wel verwacht dat iedere leerkracht uiteindelijk reageert.”

De smartboards zonder specifieke onderwijssoftware hebben volgens mij een beperkte meerwaarde.

Is het trainen van leerkrachten ook een uitdaging?

“Ik waarschuw directeurs altijd voordat ze iets willen kopen dat veel mogelijkheden heeft, zoals een geavanceerd smartboard. Als je een digitaal bord koopt moet je ervoor zorgen dat je leerkracht honderd procent van de mogelijkheden kent en in zijn vingers heeft. Wanneer ze zo’n bord kopen adviseer ik hen dan ook om een aantal uren opleiding te volgen om vervolgens de leerkrachten alles te laten uitproberen, maar je mag leerkrachten zeker niet voor schut zetten voor een klas. Je voelt natuurlijk wel dat er nog altijd een digitale kloof is. Bepaalde mensen hebben het wel moeilijk om die kloof te overbruggen en dat is verstaanbaar, het valt allemaal niet te onderschatten.”

Als technologie goed werkt, kan die alles in een stroomversnelling brengen, maar als het niet werkt kan het de les serieus verstoren. Hoe moeten scholen daarop anticiperen?

“Een leerkracht moet altijd klaarstaan om een les anders in te vullen wanneer het systeem uitvalt, wat uiteraard niet leuk is. Het is vooral de taak van de schooldirectie om ervoor te zorgen dat alle basisinfrastructuur aanwezig is; dan heb ik het bijvoorbeeld over laptops, een beamer en een internetverbinding.”

Even dagdromen om af te sluiten. Zitten we binnenkort allemaal met een VR-bril achter de schoolbank?

“Ik ben naar het Microsoft Innovation Center geweest en heb het bij enkele producenten ook uitgetest. Ik ben overtuigd dat er iets in zit, zeker de mixed reality, maar ik zie nog te weinig concrete toepassingen. Ik denk dat de HoloLens de max wordt wanneer er meer onderwijstoepassingen zullen verschijnen. Voorlopig vind ik het te weinig toepasbaar, maar ik zie er wel een toekomst in. Bovendien moet in een ideaal scenario iedere leerling dan een VR-bril hebben. Dan loop je bij wijze van spreken met de volledige klas door een ader en bestudeer je zo het menselijke lichaam. Dat is een interessant leereffect.”

Lees meer over : digitalisering | onderwijs | school | school van de toekomst